Zoals de naam het laat vermoeden, bestaat een brassband uitsluitend uit koperblazers, aangevuld met twee of drie percussionisten. De bezetting bestaat standaard uit tien cornetten (waarvan één soprano-cornet), één flugelhoorn (bugel), drie tenorhoorns (alto's), twee baritons, twee euphoniums (of 'tenortuba's), drie trombones (waarvan één bastrombone) en vier bastuba's.
De typische klankkleur van een brassband wordt in grote mate bepaald door de cornetsectie. Een cornet is kleiner dan een trompet en conisch van vorm. Daardoor heeft een cornet een rondere, warmere en minder scherpe klank dan een trompet. Ook de tenorhoorn, de bariton, de euphonium en de bastuba (de zogeheten saxhoorns, genoemd naar hun uitvinder Adolphe Sax) bepalen mee de typische klankkleur van een brassband.






